Shocktrauma ontstaat na een eenmalige heftige gebeurtenis, die te veel was voor je zenuwstelsel om in één keer te verwerken. Het is dus niet de “ernst” van wat er is voorgevallen, maar het effect dat het op jouw systeem heeft dat bepaalt of er sprake is van trauma. Dat kan komen door iets wat we allemaal als schokkend zouden ervaren, zoals een auto-ongeluk, een overlijden of (getuige zijn van) geweld, maar kan ook ontstaan na grensoverschrijdend gedrag, een “kleine” verwonding of een naar bericht. Soms verdwijnen de klachten na een aantal weken vanzelf, maar soms heeft je lichaam weer een beetje heroriëntatie nodig naar wie je ook alweer was voor de gebeurtenis. Vaak kunnen we dat met een aantal sessies bewerkstelligen.
Traumatherapie
Ieder mens maakt vervelende dingen mee, waarbij je zenuwstelsel meestal vanzelf weer herstelt. Maar soms is meer hulp nodig, om je weer jezelf te voelen. Shocktrauma komt door een eenmalige heftige gebeurtenis, terwijl complex trauma door langdurige stress ontstaat. Complex trauma in de kindertijd kan ontwikkelingstrauma veroorzaken, zoals bij KOPP’ers. Trauma zit niet in de ernst van een gebeurtenis, maar in het effect wat het heeft op jouw systeem. Met elk systeem ben je welkom.

Shocktrauma

Complex trauma
Meer complex trauma ontstaat als er gedurende een lange tijd steeds over de grenzen van wat je zenuwstelsel goed kan dragen wordt gegaan, wat je veerkracht uitput (bijvoorbeeld door ziekte, een vervelende relatie, langdurige mantelzorg, of een stressvolle thuissituatie). Ook kan het blijken dat je door een stapeling van vervelende gebeurtenissen niet meer kunt terugkeren naar “hiervoor”. Complex trauma kan ook ontstaan door bijvoorbeeld mishandeling, verwaarlozing, (seksueel) geweld, of een oorlogsverleden (PTSS is daarvan een bekende vorm). Wanneer deze ervaringen plaatsvinden gedurende je kindertijd, kan er ontwikkelingstrauma ontstaan – misschien ben je dan KOPP’er.

Wanneer de spanning in je lijf blijft hangen
Wanneer een gebeurtenis te groot of te overweldigend is om in het moment te verwerken, blijft de spanning in je lijf hangen. Dat betekent niet dat je bewust nog bezig bent met wat er gebeurd is. Vaak gaat het leven gewoon door. Maar het lichaam kan nog reageren alsof het gevaar niet helemaal voorbij is. Je systeem probeert dan nog steeds veiligheid te organiseren.
Dat kan zich op verschillende manieren laten zien, bijvoorbeeld in: moeite met ontspannen, sneller schrikken of overprikkeld raken, sterke emotionele reacties op ogenschijnlijk kleine situaties, het gevoel voortdurend “aan” te staan, of juist momenten van afsluiten en leegte.
In traumatherapie werken we daarom niet zozeer met het verhaal van wat er gebeurd is, maar ook met hoe je lichaam daarop heeft gereageerd. Door stap voor stap weer veiligheid en regulatie op te bouwen, kan je zenuwstelsel leren dat het gevaar voorbij is.
Wie gingen je voor?
